Vaak willen mensen weten wat voor stijl yoga er in onze lessen gegeven wordt. Sampoorna Yoga is dan het antwoord in het geval van Devananda, Cindy en Medha. Een stijl ontwikkeld door Yogi Hari.
En naar de ervaringen over onze Teacher Trainingen wordt ook wel eens gevraagd. Daarom is het fijn om het verslag te kunnen delen van iemand die onlangs terug kwam uit Miramar (Florida) na een Teacher Training bij Yogi Hari. Voor al wie een glimp wil opvangen van hoe het er in zo’n opleiding zoal aan toe gaat.

Uit het magazine van Het Nieuwsblad, zaterdag 6 mei 2017.

Tekst Hans-Maarten Post

Het is zes uur ’s ochtends en nog pikdonker. Hier zit ik, op een kussentje op de vloer, met voor me op een vierkant wit podiumpje een guitig, Indisch mannetje met een witte baard en een witte skimuts, achter een harmonium. Hij zegt dat ik me moet concentreren op het punt tussen mijn wenkbrauwen en daar een pulserend gevoel zal waarnemen. Maar al wat ik kan denken is: koffie! Om me heen zitten Jesse, een barman uit Puerto Rico, Gerardo, een Mexicaanse truckchauffeur uit Texas, Natalie, kok op een luxejacht, en Lina, een tv-producer uit Miami, plus nog een handvol mensen. Het duurt nog vier uur voor ik ook maar iets van ontbijt zal zien, mijn benen doen pijn en ik kan me niet concentreren. Waarom ben ik ook alweer hierheen gekomen?
Omdat ik zo gek was om te denken dat ik yogaleraar kon worden. En ik dat van de beste wilde leren. Het is die overmoed die me naar deze 71-jarige, wijze yogi heeft gebracht. In Miramar, vlak bij Miami. Yogi Hari, een van de best bewaarde geheimen uit de yogawereld. Een man die tonnen wijsheid vergaarde en al zijn kennis op zijn gevorderde leeftijd nog steeds wil uitdragen, maar die niet geeft om publiciteit, en dus lang niet zo bekend is als hij wel zou kunnen zijn.
gurujiStraatarm groeide hij op in Guyana, toen nog een Britse kolonie. Hij werkte zich op als landmeter, mat terreinen op voor miljonairs op de Bahama’s, tot hij ziek werd en via zijn vrouw yoga ontdekte. Het fascineerde hem dermate dat hij alles opgaf om in de leer te gaan bij enkele absolute Indische yogagrootheden. Jarenlang specialiseerde hij zich niet enkel in yoga, maar ook in de muziek die er onverbrekelijk mee verbonden is.
En zo kan het dat ik mezelf op deze vroege ochtend uit volle borst Jaya ganesha, jaya ganesha hoor zingen. Yogi Hari gaat voor, zichzelf begeleidend op dat orgelachtig klinkende harmonium, en wij zingen hem na. Het doet deugd, vreemd genoeg. Ik moet denken aan mijn collega’s op de krant, achter hun computer. Ze zouden me hier moeten zien. Ik moet evenzeer lachen als ik mezelf hoor. Zingen? Ik doe het normaal zelfs niet onder de douche. Yogi Hari moet mijn grijns gezien hebben, want hij wijst me meteen terecht. “Dit is geen entertainment! Hou je aandacht erbij! Dit is een vervolg op de meditatie. Zingen helpt je concentreren.” En hij heeft gelijk. Als hij zes woorden zingt, kan ik er niet meer dan drie onthouden, omdat mijn geest alweer ergens anders zit.

Zweten in de tuin

Het wordt me snel duidelijk: als ik dit diploma al haal, dan zal het zeker niet fluitend wezen. Want dit is hoe het de komende twee weken elke dag zal zijn: om vijf uur op, om zes uur meditatie, zingen en lezing, vanaf acht uur twee uur yoga, om tien uur ontbijt en om elf uur karma yoga. Van twaalf tot twee is er studietijd, vervolgens krijgen we twee uur lang yogainstructies, van vier tot zes gevolgd door weer een yogasessie. Om zes uur eten we, en van half acht tot half tien wordt er gezongen, gevolgd door nog een lezing.
Wat is karma yoga, vraagt er iemand, als ons dat dagschema wordt meegedeeld. Blijkt dat van elk van ons, in de geest van de belangeloze dienstverlening die in het yoga-universum zo belangrijk is, wordt verwacht dat we elke dag een uur iets doen in het huishouden van de ashram, deze leefgemeenschap. De een snijdt groenten voor het avondeten, de ander poetst de badkamers, en elke dag is er ook hulp nodig in de omvangrijke tuin. Als ik die eerste ochtend achter Yogi Hari het weelderige groen inloop, zie ik niet alleen een forse groentetuin, ik zie ook dingen in bomen hangen die ik nog nooit eerder zag. Tamarinde bijvoorbeeld, of akivruchten, uit de Caraïben. Er zijn mango’s, bananen, en zo’n tweehonderd lycheeboompjes. Daar zal ik de komende dagen onkruid onder mogen gaan wieden, maar vandaag krijg ik een schop in mijn handen, om verdorde suikerrietstengels uit de grond te spitten. Na amper twee minuten sta ik al in het zweet, onder de brandende Floridazon. Onmogelijk om die krengen uit de aarde te krijgen. Als troost worden er na afloop stukjes suikerriet uitgedeeld om op te sabbelen. “The best snack!”, weet Yogi Hari. En hij heeft gelijk. Al had wellicht zelfs een schoenzool me op dat moment gesmaakt.
Maar, yoga dus. Al bij zijn eerste lezing zet de wijze yogi met de witte baard de neuzen in de juiste richting. “Yoga is veel meer dan alleen wat vreemde houdingen, zoals de meeste mensen denken. Maar zo gaat dat nu eenmaal in deze wereld: iedereen wil alles instant.” Hij veegt meteen ook de vloer aan met hippe varianten als bikram yoga en power yoga en hij leert ons over alles wat er volgens hem bij die volwaardige yoga hoort. Over hoe hij uitkwam bij een alomvattend systeem dat hij Sampoorna Yoga doopte. En we letten maar beter op, want elk van ons zal niet alleen een yogales moeten geven, maar op het eind ook een schriftelijke test moeten afleggen over zijn beschouwingen.

Geen medelijden

Voor de yogalessen kan guruji – zo spreek je hem aan – rekenen op een van zijn trouwe volgelingen. Rama, die eigenlijk Bernhard heet, en die in het Duitse Oldenburg zijn eigen yogastudio heeft. Al na één sessie met zijn instructies sta ik perplex: wat heb ik in die vijftien jaar dat ik aan yoga doe al veel slechte leraren gehad. Mensen die duidelijk niet wisten wat ze deden of waar ze naar moesten kijken. Rama wijst er ons op waar we bij welke houding op moeten letten, en toont tot in de details hoe we onze toekomstige leerlingen kunnen corrigeren.
Al vlug geeft hij ons een eerste oefening op. En bij wat er dan gebeurt, zinkt de moed me in mijn schoenen. Waar anderen vol zelfvertrouwen een collega corrigeren, breekt het zweet mij uit als ik plots alle ogen op mij gericht voel. Ik ben ineens niet alleen vergeten wat ik zou moeten zeggen, er blijkt ook van mijn stem niet veel meer over. “Spreek luider, Hans!”, maant Rama me streng aan. Het voorspelt niet veel goeds. Als we een les of wat verder beginnen te beseffen wat er allemaal komt kijken bij het geven van een goede yogales, krijg ik het opnieuw benauwd. Over een paar dagen zal ik dat zelf moeten doen?
Jawel, medelijden kennen ze hier niet. Al op dag drie wordt de eerste cursist voor de leeuwen geworpen. Maar ik heb geluk. Bij het opstellen van de beurtlijst komt mijn naam helemaal achteraan te staan. En toch. Een dag later weet ik niet wat me overkomt, op de yogamat. Tijdens de ochtendlijke yogasessie rollen de tranen plots over mijn wangen. Ik panikeer. En hoe. Zelf zo’n yogales geven, lijkt me plots een totaal onhaalbare opdracht. Wat als ik het niet meer weet? Ik krijg een angstvisioen van een totale black-out. Ik denk aan al de mensen die ik ga ontgoochelen. Wat ik me ook voorhoud, ik krijg mezelf niet tot rust gebracht. Het liefst van al zou ik nu weer in een vliegtuig naar huis stappen. Is het de jetlag? De oververmoeidheid? (Het vreemde: een dag later hoor ik van Natalie dat haar exact hetzelfde overkomt. Nog een dag later zit Cindy, een van de andere cursisten, met hoofdpijn en veel vragen aan de kant.)
We hebben in elk geval met z’n allen het grootste respect voor Tommy, mijn roommate, die zich zonder verpinken heeft opgegeven om als eerste les te geven. Hij zat nog ooit in het Amerikaanse leger, werkte als politieagent, leefde drie jaar bij zijn karatemeester in Peking, en geeft nu les op een massage-instituut in Indianapolis. Hij heeft een stem als een klok en verstaat de kunst om met zijn rake opmerkingen onze soms best norse guruji te doen ontdooien. Hij vergeet de helft van zijn les – hoe kan het ook anders – maar ik sta versteld van zijn zelfvertrouwen en zijn vlotheid. “Wees Tommy!” Ik neem me voor om mezelf daarmee moed in te spreken, op de dag dat het mijn beurt is.

Gulzig naar het verkeerde

Twee lezingen en zo’n drie yogasessies per dag … Het wordt er dag na dag vermoeiender, maar tegelijk ook interessanter op. Ik prijs me vooral ook gelukkig, elke keer als Yogi Hari achter zijn harmonium kruipt. Het voelt alsof ik twee keer per dag als bonus bij deze cursus een intiem concert met Indische muziek krijg.
Als zinzoeker raak ik langzaamaan ook onder de indruk. Ik had me voorgenomen om dit jaar meer het gezelschap op te zoeken van wijze, bij voorkeur lichtjes excentrieke mensen, en met Yogi Hari heb ik er elke morgen en avond een voor me zitten. Niet dat ik hem of zijn soms net iets te beaat glimlachende volgelingen altijd begrijp, en niet dat ik hem in alles volg wat hij te verkondigen heeft (heel de reïncarnatiegedachte), maar ik sta wel versteld van zijn eruditie, en de manier waarop hij achteloos het een met het ander verbindt. Zoals het christendom en het hindoeïsme bijvoorbeeld, en hoe het allemaal eigenlijk niet veel uitmaakt.
We hangen aan zijn lippen, als hij vertelt, elke keer weer. Ook al zijn veel van de dingen evident. Over hoe we als mens gulzig zijn, maar naar de verkeerde dingen. Hoe geld en plezier ons niet gelukkig zullen maken, en macht al evenmin, maar een rustige geest veel meer. Over hoe het toch komt dat we op deze aarde vooral twee van de allervluchtigste dingen najagen: eeuwige jeugd en rijkdom. Over hoe we uiteindelijk allemaal hetzelfde zijn en we ons laten vangen aan al de mogelijke sluiers die dat verhullen, zoals leeftijd, huidskleur, geslacht en geloof. Over hoe alles neerkomt op twee sleutelbegrippen: right discrimination en right association. Het vermogen om te onderscheiden wat goed voor je is, en wat niet, en de intelligentie om je te linken aan alleen de goede dingen. Dat je overgeven aan yoga en alles wat daarmee verband houdt, niet betekent dat je je van de wereld afsluit, maar dat je juist al je talenten moet benutten in die wereld. Een van zijn bondig geformuleerde wijsheden noteer ik glimlachend: wees vriendelijk voor de gelukkigen, heb compassie met de ongelukkigen, eer de heiligen, en wees ongevoelig voor de slechteriken.

Bonzend hart

En dan is het moment daar. Mijn les. Ik heb me de voorbije dagen elke avond in slaap gedacht met het aflopen van de juiste volgorde van de houdingen. Ook om te maken dat ik er geen enkele oversla. Ik ben ’s namiddags op mijn matje in het gras tussen de lycheebomen gaan zitten en heb hardop mijn instructies geoefend. Kwestie van niet te schrikken van mijn eigen stem, en niet in de war te raken als ik spreek terwijl ik de oefeningen uitvoer.
Ik trek de witte kleren aan die ze hier het liefste bij een yogaleraar zien, en zeg lachend tegen mezelf: wees Tommy! Mijn hart bonst in mijn keel als ik mijn leerlingen hun matje zie uitrollen. Ik voel een zweetdruppel op mijn voorhoofd als ik mijn eerste woorden spreek, en tegelijk een soort vertrouwen als ik ademhaal en diep vanuit mijn buik de om voel opklinken waarmee elke yogales wordt begonnen. Daar gaan we! Ik voel het fabriekje in mijn hoofd in overdrive gaan: tegelijk proberen om niks te vergeten, de juiste woorden in het Engels te vinden voor wat ik wil zeggen, iedereen in de gaten te houden en zo nodig te corrigeren, en spreek ik ondertussen wel luid en verstaanbaar genoeg? Als ik panikeer omdat ik het even niet meer weet, zie ik gelukkig niets dan glimlachende gezichten voor me.
Het is hard werken en ik sta na een kwartier te baden in het zweet, maar tegelijk voel ik bij mezelf iets van een rustige blijheid, als ik de klas inkijk. Eigenlijk vind ik dit best leuk. De zinzoeker in mij is gelukkig. Want dit is waarvoor ik naar Amerika ben gekomen. Een antwoord vinden op de vraag of yogaleraar worden iets voor mij zou zijn? Ik glimlach als ik dat antwoord in mijn lijf en in mijn hoofd voel. Als ik na afloop het commentaar hoor, voel ik me heel klein. Held Tommy heeft het over hoe hij mij de voorbije dagen zo zenuwachtig zag en hij haalt een baseballuitdrukking boven. Dat ik met mijn les de bal out of the park heb geslagen, over de muren van het stadium. Dat hij het geweldig vond, bedoelt hij. Ik ben bang voor wat de immer strenge Rama gaat zeggen, maar ook hij toont zich tevreden. Hij had niet verwacht dat mijn stem en persoon zo de ruimte zouden vullen, zegt hij. En Venezolaan Roberto, een zestiger die zelf in een yogacentrum werkt, houdt het bondig. Hij steekt warm glimlachend tien vingers op. Ik ben oprecht ontroerd.

Miami

Wakkerder dan ooit

Als ik een paar dagen later terug in België ben, lijkt het allemaal erg onwerkelijk. Ook al heb ik het diploma, met het flitsende gouden zegel erop dat het tegendeel bewijst: ik mag mezelf vanaf nu yogaleraar noemen. Ik ga terug naar mijn oude routine, maar voel dat ik veranderd ben op manieren die ik nu nog niet goed in kan schatten. Ik mis de warme vriendschap van mijn klasje. Ik heb zelfs heimwee naar de dingen die me eerst zo vreemd leken. Het geklingel van het belletje dat elke nieuwe episode van de dag in de ashram aankondigde. Samen hand in hand om de tafel staan, en zingen vooraleer we onze borden volscheppen. Of die eeuwige warme kom kitcheree als ontbijt; louter rijst met linzen.
Ik moet lachen als een voor een alle opmerkelijke momenten weer in me opkomen. Die keer dat Yogi Hari in een wip de tenen van zijn twee voeten in elkaar gevlochten kreeg (zonder hulp van zijn handen), of die ochtend dat zijn vijftienjarige dochter Sangita onze yogaleerkracht was, en ze ons alle hoeken van de kamer liet zien. Of die keer in de tuin dat Jesse Yogi Hari om raad vroeg en in zijn jeugdige vlotheid nogal oneerbiedig antwoordde met: “No problem, bro.” Waarop Tommy grapte: “Nu worden we als straf allemaal gereïncarneerd als bedelaars.”
Ik moet denken aan het mooie moment waarop ik op mijn knieën mijn diploma ontving, uit handen van Yogi Hari. Hij die met een roos wat waterdruppels over mij heen sprenkelde, vervolgens een rode stip op mijn voorhoofd tekende en me indringend aankeek. It was nice having you here. Ik voel me wakkerder dan ooit en ben ook verbaasd: waar ik gedacht had dat ik na twee weken intensieve yoga last zou hebben gekregen van mijn rug, is alle rugpijn uitgebleven. Na twee dagen auto en kantoorstoel evenwel, begint mijn rug al meteen te zeuren. Ik moet denken aan nog een van guruji’s grappen: “Als we als mens zoiets als een stoel nodig zouden hebben, dan zouden we er met een op onze rug geboren zijn.” Ja, ik zing in de auto luid mee met zijn cd’s en telkens als ik weer iets zie waar ik me over op zou kunnen winden, weer ik het af met een van de favoriete, grappig bedoelde tussenwerpsels van de wijze Yogi. There’s no limit to stupidity. Ik stap door de wereld met een ander gevoel. Denk goed, doe goed, en ontvang goed.